Een 'klusje' voor oma
Verplegend personeel van een Zoetermeers verzorgingstehuis treft op een zomerse vrijdagmiddag in 2004 een 89-jarige vrouw hevig bloedend aan in haar kamer. Ze wordt in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht, maar overleeft haar zware verwondingen. Ze kan zich echter weinig herinneren van wat er gebeurd is.
Haar kleinzoon, die volgens getuigen die dag bij haar op bezoek is geweest, wordt later op de dag aangehouden als mogelijke verdachte. Zijn kleding zit onder het bloed.
De kleinzoon beweert tijdens zijn eerste verhoor dat hij de plint in de keuken wilde repareren. Nét op het moment dat hij de hamer heft, bukt oma voorover om hem iets te vragen. Hij slaat haar per ongeluk tot bloedens toe op het hoofd, en vlucht in paniek de kamer uit. Omdat het onderzoeksteam zijn verklaring nogal ongeloofwaardig vindt, voert de technische recherche een BPA uit.
Twee bloedspatten tussen de koelkast en wand geven aan dat er op één meter hoogte iets gebeurd is. Dat zou nog kunnen kloppen met het verhaal van de kleinzoon. Maar de technisch rechercheurs vinden ook een bloedspat onder de zitting van een eetkamerstoel. Dit ene spatje haalt het fabeltje van de kleinzoon onderuit. Het kan namelijk alleen op die plek terechtkomen zijn als oma een klap kreeg terwijl ze al op de grond lag.
Hieruit blijkt hoe belangrijk het is dat een plaats delict niet verstoord wordt, en dat de situatie vanaf het eerste moment wordt vastgelegd in een verslag en op foto’s. Had een verpleegster, het ambulancepersoneel of een agent de stoel verplaatst, dan was het spoor onder de stoel immers onbruikbaar geweest als bewijs.
De kleinzoon bekent dat hij zijn oma opzettelijk heeft geslagen vanwege een ruzie over een hoge telefoonrekening. Hij krijgt drie jaar gevangenisstraf en TBS.