Sla inhoud over

De koffermoord

In april in 2002 komt vanuit Turkije een rechtshulpverzoek binnen over een vermiste vrouw. Haar familieleden hebben al enige tijd niets meer van de vrouw en haar gezin gehoord. Ze maken zich zorgen, ook al omdat het huwelijk slecht was.
De technische recherche treft de flat van het echtpaar schoon en keurig opgeruimd aan. Met uitzondering van de badkamer: de douchebak is gesloopt, de wasbak en een deel van de tegels zijn van de muur gehaald. In een hoek staan vuilniszakken vol puin. Tandenborstels en haarborstels worden veiliggesteld voor DNA-materiaal voor het ante mortem onderzoek, omdat de vermiste vrouw misschien slachtoffer is geworden van een misdrijf. Daarna wordt de hele woning uitgekamd op sporen die op een misdrijf zouden kunnen wijzen.

Zonder resultaat: alleen op een stuk van de gesloopte wastafel wordt wat bloed gevonden, maar het is niet ongebruikelijk dat iemand zich bij een verbouwing bezeert.

De woning wordt verduisterd voor bloedsporenonderzoek. In de badkamer onthult de luminol bloedvlekken op en rond het lichtkoord, en op de wand achter de verwijderde douchecabine. Dat er sprake is van een misdrijf lijdt nu geen twijfel meer. Uit DNA-onderzoek blijkt dat de bloedsporen op de wanden van twee mensen afkomstig te zijn: het overgrote deel van de vermiste vrouw, de rest van haar man. De vrouw moet dus wel in de badkamer om het leven zijn gebracht; gezien de hoeveelheid bloed waarschijnlijk met een mes. Haar man sloopt daarna de badkamer om de sporen uit te wissen en haalt daarbij zijn hand open. Maar waar is het slachtoffer?

Voor de ingang van het flatgebouw vindt de technische recherche een spoor van spatjes, die er op het eerste gezicht uit zien als gelekte motorolie. Als omwonenden vertellen dat ze de dader de straat voor de ingang hebben zien vegen, worden de bloedsporenhonden erbij gehaald. Die slaan buiten de ingang al aan: de ‘oliespatjes’ zijn een bloedspoor. Het stoffelijk overschot van de vrouw is via de gang langs de kelderboxen naar buiten vervoerd, want ook daar worden minieme bloedspatjes gevonden. Dat maakt duidelijk hoe het slachtoffer naar buiten is gebracht. Van de auto haar man, die ondertussen officieel verdachte is, is op dat moment nog geen enkel spoor. Als enkele weken later een koffer in het water wordt gevonden met daarin een dode vrouw, wijst DNA-onderzoek uit dat het om de vermiste vrouw gaat. De auto van haar man treft de Belgische Politie pas tweeënhalve maand na de moord aan. Op verschillende plaatsen in de auto vindt de technische recherche bloedsporen. Het bloed blijkt te matchen met het DNAprofiel van het slachtoffer. De verdachte blijkt vrij snel na de moord via België naar Turkije te zijn gevlucht. Omdat Nederland geen uitleveringsverdrag met Turkije heeft, is het wachten tot hij terugkeert. Hij wordt drie jaar na de moord op Schiphol opgepakt als hij probeert Nederland weer binnen te komen. Hij is veroordeeld tot 10 jaar cel.


 .

 .