Sla inhoud over

Moord in de kas

De meeste gewelddadige doden vallen in het criminele circuit, bij uit de hand gelopen ruzies en afrekeningen. Maar soms treft het noodlot iemand die stomweg toevallig op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats is. Datzelfde stomme toeval helpt in dit geval ook een handje bij het oplossen van de moord.

In de vroege avond van 2 april 2000 gaat een tuinder in Monster even naar het kantoor in de kas achter zijn woonhuis. Als zijn echtgenote niet lang daarna de kas in loopt om een kopietje te maken, vindt ze hem dood op de grond voor het kantoor. Op zijn shirt zit bloed van één fatale schotwond. De technische recherche stelt op de plaats delict vast dat het om een poging tot diefstal gaat. Het doelwit is een aan de muur van het kantoor vastgeklonken kluis. De tuinder heeft de inbreker waarschijnlijk betrapt terwijl die probeert aan de andere kant van de muur, in de kantine, de bouten van de kluis met een schop af te breken. Met de twee sporen waarvan vast staat dat het sporen van de dader zijn gaat het onderzoeksteam aan de slag. Het eerste aanknopingspunt is een op de plaats delict gevonden huls. De materiedeskundige vindt in Drugfire een match met een huls van een eerdere schietpartij bij een kerk in Den Haag. Dat is belangrijke tactische informatie, omdat het iets zegt over het gebied waar de verdachte zich mogelijk ophoudt. Maar het wapen en de dader die daarbij horen, zijn daarmee nog niet gevonden. Het tweede aanknooppunt is een gelukstreffer. Om bij de kluis te kunnen, haalt de dader een stoffige plank weg. Daarbij laat hij één bruikbare vingerafdruk achter. Normaal gesproken zijn dergelijke ‘stofsporen’ onbruikbaar, omdat het stof de ruimtes tussen de papillairlijnen opvult. Deze ene afdruk is echter een unieke uitzondering op de regel. De hele plank wordt voorzichtig ingepakt en meegenomen naar het lab. De dacty-deskundige maakt een bruikbare scan van het spoor. Maar dan volgt een teleurstelling. De vingerafdruk levert noch bij één van de personeelsleden van de tuinderij, noch in de landelijke databank HAVANK een match op.

Een oproep voor getuigen in een regionaal opsporingsprogramma brengt weer schot in de zaak. Een Haagse jongerenwerker meldt zich bij de politie. Op de avond van de moord krijgt hij een telefoontje van een van zijn cliënten, een vijftienjarige jongen die opgehaald wil worden bij een zwembad. Dat de jongen geen nat haar heeft, vindt de jongerenwerker meteen al vreemd. Als hij later de oproep op televisie ziet, gaat hem een lichtje op. Het zwembad waar hij zijn cliënt heeft opgepikt, ligt vlakbij de kas van de vermoorde tuinder. De jongen blijkt inmiddels bij een politiebureau in de regio verhoord te worden voor een auto-inbraak. Zijn vingerafdrukken kloppen met het spoor op de plank. Bovendien woont hij vlakbij de kerk waar de matchende huls is gevonden. Bij huiszoeking in zijn woning vindt de recherche het bijpassende wapen, een High Standard Supermatic ‘Citation’ van het kaliber .22 long rifle. Op basis van één vingerafdruk en één huls is de dader gevonden. Hij is veroordeeld tot een jaar jeugdgevangenis en Jeugd-TBS. 


 .

 .