Ontkennen heeft geen zin
Een bewoonster van een appartement in Den Haag meldt dat ze de buurman al tien dagen niet meer heeft gezien. De brievenbus zit vol post en in de gang hangt een vreemd luchtje. Op zondag 20 april 2003 gaan surveillanten een kijkje nemen. Ze treffen de bewoner dood aan, zittend op een stoel waar hij met handen en voeten aan is vastgebonden. Hij is door verstikking om het leven gekomen.
De technisch rechercheurs nemen op de plaats delict monsters van insecteneitjes uit de mond van het slachtoffer en vangen levende vliegen die in de woning rondzoemen om het tijdstip van overlijden vast te kunnen stellen. Ze worden opgestuurd aan de forensisch entomoloog voor analyse, doorkweken en identificatie. De entomologische sporen kunnen in dit geval echter weinig vertellen over het postmortale interval. Ondanks een open venster hebben de bromvliegen namelijk niet eerder dan een etmaal voor inlevering van het materiaal eitjes gelegd op het stoffelijk overschot. Waarschijnlijk was het gewoon nog te vroeg in het jaar.
Bromvliegen leggen namelijk geen eitjes als het kouder is dan 9°C.
Gelukkig is er ander sporenmateriaal dat leidt naar een verdachte. De kleinzoon van het slachtoffer wordt gefotografeerd bij een pinautomaat terwijl hij met het pasje van zijn opa geld opneemt. Hij ontkent in eerste instantie iets met de zaak te maken te hebben en beweert al tijden niet meer bij zijn opa te zijn geweest. Dat verhaal klopt niet. In de woning is het DNA van de kleinzoon op een glas aangetroffen. Dan geeft de kleinzoon toe dat hij zijn opa heeft gedwongen zijn pincode af te staan. Hij beweert daar door anderen toe gedwongen te zijn. Ook dat klopt niet met het bewijs. Het touw waarmee het slachtoffer is vastgebonden, komt bij een bouwmarkt vandaan waar de verdachte op camerabeelden staat. De bonnetjes van het materiaal liggen in de koffer van zijn brommer. De dader heeft zijn wandaad dus zelf goed voorbereid en uitgevoerd. Hij is veroordeeld tot acht jaar cel plus TBS.